Jezus afkomst – Is Hij God?
_______________________________________________________________________

Jezus bezat een grote heerlijkheid voordat Hij naar de aarde kwam.


En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was. (Johannes 17:5, uit de Herziene Statenvertaling)

Deze heerlijkheid was zelfs in de gestalte van God. Hij was aan God gelijk.


Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft AAN GOD GELIJK te zijn, (Filippenzen 2:6, uit de Herziene Statenvertaling)

Jezus gaf de glorie, die Hij bij de vader bezat, de uit Hem stralende heerlijkheid en uiterlijke majesteit en uiting van de Goddelijkheid op, deze had Hij bij de Vader. [1]


Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft AAN GOD GELIJK TE ZIJN, maar Zichzelf ontledigd heeft, door de gestalte van een slaaf aan te nemen, en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja tot de kruisdood. (Filipenzen 2:6-8, uit de Herziene Statenvertaling)

In het bovenstaand vers willen wij benadrukken dat er staat dat Jezus aan GOD GELIJK was (vers 6). Hij is het Woord dat vlees is geworden.


En het WOORD IS VLEES GEWORDEN en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade  en waarheid. (Johannes 1:14, uit de Herziene Statenvertaling)

In het begin was het WOORD en het WOORD was bij God en het WOORD WAS GOD. (Johannes 1:1, uit de Herziene Statenvertaling)

Merk op dat het WOORD in het BEGIN was, en dat het NIET GESCHAPEN werd, zoals de Jehova getuigen leren. In Johannes 1:14 moet “als van de Eniggeborene van de Vader” dan ook als een titel van eer en positie van Jezus gelezen worden, anders zou het Johannes 1:1 tegen spreken.

In hun bijbel staat: “Het woord was een God” (Johannes 1:1; uit de Jehova vertaling)
Zij hebben het juist dat ook anderen dit verkeerd vertalen. En zij zouden gelijk hebben als dit stuk “ϑεός ην ο λογος” (=theos én hô logos) los stond van de rest van de zin, echter dit is niet zo en de eerste naamval en het gebruik van het lidwoord in verband met God net er voor, duid er op dat er letterlijk “de God is het Woord” vertaald moet worden.



Έν αρχη ην ο λόγος, και ο λόγος ην προς τον ϑεόν, και ϑεός ην ο λόγος.
in begin was het    Woord, en                het    woord was bij                    de God,            en          de God was het Woord.
                      1e naamval           1e naamval                        4de naamval              1e naamval         1e naamval
                                            onderwerp           onderwerp                     lijdend voorwerp  onderwerp       onderwerp

“Hun vertaling is zowel in deze context als grammaticaal onjuist, zoals alle erkende autoriteiten in de Griekse grammatica bevestigen.” [2]

De volgende tekst is interessant, omdat hier de joden, die ook in Jezus tijd moeite hadden met een drie-enig God, hierop Jezus reageren.


Daarom dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen het gebod van de sabbat brak, maar ook zei DAT GOD ZIJN EIGEN VADER WAS, en daarmee Zichzelf AAN GOD GELIJK maakte. (Johannes 5:18, uit de Herziene Statenvertaling)

Jezus is God gemanifesteerd in het vlees. [3]


En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: GOD IS GEOPENBAARD in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is gelooft in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid. (1 Timotheüs 3:16, uit de Herziene Statenvertaling)
Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. (Kolossenzen 2:9, uit de Herziene Statenvertaling)

Want het heeft de Vader behaagt dat in Hem heel de volheid wonen zou (Kolossenzen 1:19, uit de Herziene Statenvertaling)


Die manifestatie van God in het vlees blijkt ook uit de uitspraak van Thomas, die noemt Hem, Jezus, een mens, Heere en mijn God!


En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God! (Johannes 20:28, uit de Herziene Statenvertaling)

Het bloed van Jezus wordt het bloed van God genoemd.


Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente VAN GOD te weiden, die HIJ verkregen heeft door ZIJN EIGEN BLOED. (Handelingen 20:28, uit de Herziene Statenvertaling)

De Zoon wordt God genoemd.


Maar tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van het recht. (Hebreeën 1:8, uit de Herziene Statenvertaling)

Jezus zegt de God van het verbond te zijn de “IK BEN”, JAHWEH.


En Mozes zei tegen God: Zie, wanneer Ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen? En God zei tegen Mozes: IK BEN(= εγω ειμι =>LXX =ego eimi), DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN (=JAHWEH => LXX =εγω ειμι= ego eimi) heeft mij naar u toegezonden (Exodus 3:13-14, uit de Herziene Statenvertaling)

Abraham, uw vader, verheugde zich er sterk op dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en heeft zich verblijd. De Joden dan zeiden tegen Hem: U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien? Jezus zei tegen hen: αμην, αμην (amen, amen =Voorwaar, voorwaar), Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, εγώ ειμι (egõ eimi = IK BEN). (Johannes 8:56-58, uit de Herziene Statenvertaling))

Merk op dat de joden deze verwijzing begrepen, zo goed dat ze stenen opnamen om hem te stenigen:


Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar Jezus verborg Zich en ging de tempel uit; Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg. (Johannes 8:59, uit de Herziene Statenvertaling)

 

Een andere confrontatie met de Joden over zijn goddelijkheid verliep zo:


24 De Joden dan omringden Hem en zeiden tegen Hem: Hoelang houdt U ons in het onzekere? Als U de Christus bent, zeg het ons vrijuit.

25 Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd en u gelooft het niet. De werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij.

26 Maar u gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb.

27 Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.

28 En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand  rukken.

29 Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken.

30 Ik en de Vader zijn één.

31 De Joden dan pakten opnieuw stenen op om Hem te stenigen.

32 Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele goede werken van Mijn Vader laten zien. Vanwege welk van die werken stenigt u Mij?

33 De Joden antwoordden Hem: Wij stenigen U niet vanwege een goed werk, maar vanwege godslastering, namelijk omdat U, Die een Mens bent, Uzelf God maakt. (Johannes 10:24-33, uit de Herziene Statenvertaling)

De Jehova’s wijzen erop dat Jezus zegt: “want de Vader is meer dan Ik”.


U hebt gehoord dat Ik tegen u gezegd heb: Ik ga heen maar kom weer naar u toe. Als u Mij liefhad, zou u zich verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen naar de Vader; want Mijn Vader is meer dan Ik. (Johannes 14:28)

In reactie hierop zouden we moeten constateren dat er NIET gezegd wordt: Mijn Vader is beter dan Ik”, beter is een vergelijking tussen wezens of naturen, Hebreeën 1:4, terwijl “groter” in de context van Johannes 14 een vergelijking weergeeft in de relatie tot een positie. [4]

Jezus en de vader waren een in Geest en Wezen, in en voor alle tijden.


Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. (Hebreeën 1:3, uit de Herziene Statenvertaling)
Daarom dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen het gebod van de sabbat brak, maar ook zei dat God Zijn eigen Vader was, en daarmee Zichzelf aan God gelijk maakte. (Johannes 5:18, uit de Herziene Statenvertaling)

 

Ik wil afsluiten met een verklaring van geloof in Zijn eeuwigheid:


Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde tot in eeuwigheid. (Hebreeën 13:8, uit de Herziene Statenvertaling)

En een uitgebreide verklaring van geloof zoals dit verwoord is door een ander:

De Schrift openbaart dat de Heer Jezus Christus de eeuwige Zoon van God is, die altijd bestond met de Vader en de Heilige Geest, en die bij zijn incarnatie op Zichzelf nam de vorm van de mens en werd de God-Mens. In  één persoon van Christus, zijn er twee naturen, menselijk en goddelijk, elk in zijn compleetheid en integriteit. Zij zijn onderscheidbaar maar onafscheidbaar, zo dat Hij is volledig mens en volledig God. Het is de zondeloze eenheid van de goddelijke en menselijke natuur, welke Hem kwalificeerde om de enige geofferde Middelaar te zijn tussen God en mens. [5]




Voetnoten:

[1] Zin gedeeltelijk genomen uit Kevin J. Conner, The Foundations of Christian Doctrine, a practical guide to Christian belief (Portland, Oregon(OR), U.S.A., City Christian Publishing, ©1980), blz. 164

[2] J.I. van Baaren, Jehova’s getuigen in het licht van de Bijbel (Dordrecht ZH, NL, Moria, een fonds van Importantia Publishing ©2004), blz. 18

[3] Kevin J. Conner, The Foundations of Christian Doctrine, a practical guide to Christian belief (Portland, Oregon(OR), U.S.A., City Christian Publishing, ©1980), blz. 168

[4] geciteerd uit J.I. van Baaren, Jehova’s getuigen in het licht van de Bijbel (Dordrecht, Moria, een fonds van Importantia Publishing ©2004), blz. 19

[5] Kevin J. Conner, The Foundations of Christian Doctrine, a practical guide to Christian belief (Portland, Oregon(OR), U.S.A., City Christian Publishing, ©1980), blz. 153