Bijbelse verbonden [...vervolg]

1. Het Verbond met Adam in de hof van Eden (Eng.: Edenic Covenant) (Genesis 1:28-30 en Genesis 2:16-17, Hosea 6:7)

2. Verbond met Adam na de zondeval (Eng.: Adamic Covenant) (Genesis 3:15)

3. Noachs Verbond (Genesis 8 en 9)

4. Abrahams Verbond (Genesis 12, 15, 17, 22)

5. Mozaïtische Verbond (Exodus 19-24; Deuteronomium 4-5)

6. Het Beloofde land Verbond (Deuteronomium 29-30)
Vaak is dit verbond het Palestinijnse verbond genoemd, en met Palestina bedoelen ze het gebied aan land, dat nu Israël is en ook het deel wat nu onder Palestijns zelfbestuur staat. Sinds de eerste eeuw is de naam Palestina gemaakt, en eigenlijk was dit een scheldnaam bedacht door een keizer om het land niet meer Judea te moeten noemen. Deze keus vond zijn oorsprong in de ergenis van de Romeinse keizers over het breken van de vrede van Rome voor een eigen Joodse staat met zelfbestuur. Daarom geef ik de voorkeur aan de naam het Beloofde land verbond. Verschillende verbondstheologen mogen dan theologisch concluderen, dat het natuurlijke nazaad van Abraham niet BUITEN CHRISTUS in verbond kan staan met God, wat ik ook geloof, maar dat betekent nog niet dat we na vele verstreken eeuwen namen van Romeinse keizers, uit conflicten die lang vervlogen zijn, zouden moeten overnemen.

Palestijnen is de Latijnse vertaling van Filistijnen. En de Romeinse keizers hebben het gebied opzettelijk naar jodenhaters uit vervlogen tijden genoemd. Dit Filistijnse (of Palestijnse) volk bestaat eigenlijk niet meer. Zij zijn verdreven uit het beloofde land door Assur en daarna nooit als volk teruggekomen, maar opgegaan in de vermening van de volken. De hedendaags genoemde Palestijnen zijn gewoon arabieren die hun bestaan in het oorspronkelijke Judea, of Israël hebben opgebouwd, sommige al voor eeuwen sinds de val van Jeruzalem (70 n. Chr.). God had dit land belooft aan de joden en dit verbond was geldig TOTDAT Christus kwam EN DE GEESTELIJKE JOOD, HET LICHAAM VAN CHRISTUS, de aarde in bezit kan nemen.

Hellaas zijn er vele Moslims die jodenhaters zijn, of in iedergeval tot op zekere hoogte hun regeringen, en daarom zijn zij er bij gebaad de geschiedenis te vervalsen en deze mensen, Arabieren, wonende in Israël of Judea, nu nog steeds Palestijnen te noemen.

Vandaag behoren Christenen bezit te nemen van de hele aarde, al behoren zij dit zonder geweld te doen. Alleen verdediging van landen doormiddel van besluiten van de regering zijn een geaccepteerde manier van het land uit verjagen. Maar dan wordt NIET gevochten in de naam van Christus, maar in de naam van EEN NATIE, en EEN KONINKRIJK of REPUBLIEK, of in de naam van de VN of Navo.

7. Het Davidische Verbond (2 Samuël 7:8-17; Psalm 89:20-38; 132:11-12; Jeremiah 33:17-22) vestigende David op de troon en zijn geslachtslijn of huis, tot eeuwige rechtmatige heersers, heersende over heel het koninkrijk Israël voor eeuwig.

8. Het Nieuwe Verbond, waarbij het rechtmatige Zaad van Abraham (Galaten 3:16), Christus, de weg baant voor alle volken om binnen te treden in het progressieve verbond van God, eerder alleen geldig voor het nageslacht van Abraham, maar nu beschikbaar voor een ieder die gelooft. (Efeze 2:11-22).

 
Irenaeus

Dit verbond overstijgt alle verbonden en creëert "een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem." (1 Petrus 2:9) Het Nieuwe Verbond was voorspeld door de profeten waaronder Jeremiah, in het naar zijn naam genoemde boek, hoofdstuk 31 (Jeremiah 31:31-37). Dit wordt verbonden door Jezus met het laatste avondmaal waar hij zegt dat de beker is "het Nieuwe Verbond in Mijn bloed" (1 Corinthe 11: 25, Mattheüs 26:28). En verder in de brief aan de Hebreeën hoofdstuk 8 tot 10).

De term "het Nieuwe Testament," de meest gebruikte term voor de boeken uit de bijbel geschreven na het leven van Jezus Christus op aarde, kan ook refereren aan "het Nieuwe Verbond." Zoals ik hierboven heb uitgelegd kon het woord "συνθήκη" (sunthēkē) niet gebruikt worden in het Nieuwe Testament, dus werd het woord voor "testament" en "wilsbeschikking" gebruikt: "διαθήκη" (diathēkē).

Het woord nieuw, betekent nieuw in natuur en karakter. 2 Waar het verbond vroeger aan één volk was en men God alleen kon dienen door zich volgens allerlei wetten en regelgeving te verbinden aan dit éne volk, is het verbond nu voor alle volkeren. En zo zijn nu alle volken gezegend samen met gelovige Abraham, (Galaten 3:9) door geloof in Jezus Christus, de trouwe Zoon, van Abraham en Zoon van David (Mattheüs 1:1) Was het oude verbond afhankelijk van ONZE gehoorzaamheid het nieuwe verbond is geheel afhankelijk van Zijn gehoorzaamheid tot in de dood. (Efeze 2:9; Romeinen 9:31-33) Ons Lam is perfect! Johannes 1:36; Jesaja 53:5-12 Wij zijn eeuwig gezegend! Het nieuwe Verbond is dus, het verbond van Abraham en David, geheel vernieuwd inclusief de vergeving van zonden.

Theologische verbonden

Uit al deze teksten trekken theologen de conclusie dat er iets bijzonders aan de hand is, in het wezen van God. God verlangde op één of andere manier naar iemand, die net als hem karakter zou hebben. De mogelijkheid tot het kwade, doch de keuze voor het goede. Dit is waarlijk heersen. Zoals God Adam gebood (Gen. 1:28). Hij gaf daarom aan Adam de mogelijkheid tot zonde (Gen. 2:16-17). Dit is het Verbond van Eden of het verbond van vóór de zonderval. (In het Engels: Edenic covenant). Maar dit is ook de introductie van het tweede theologische verbond, het Verbond van Werken. Even verder op bespreek ik het eerste en derde theologische verbond.

In dit verbond van "vóór de zondeval" werden taken gegeven aan de mens, het onderhouden van de hof, en mogelijkheden het kennen en wandelen met God, uitbreiding van de hof en uitbreiding van de mensheid doormiddel van voortplanting. Grote mogelijkheden werden gegeven: van ALLE bomen in de hof mocht gegeten worden, behalve één. Het centrum bestond uit twee bomen, waarvan men mocht eten van de boom van het leven en niet mocht eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Wat opvalt is dat van twee specifieke mogelijkheden nog helemaal geen gebruik was gemaakt door Adam (eten van de boom van het leven, en voortplanting), terwijl de zondeval zich al voor deed.

Ook vandaag zien wij kerken die traag zijn met hun mogelijkheden om al het goede van God te ervaren, en die net als Eva, wetten maken die nooit verklaard zijn, traditie stellen boven het Woord van God, dit heeft geleid tot de val in het deïsme, evolutionisme, nationaal socialisme, met zijn Derde Romeinse Rijk, marxisme, communisme, socialisme, modernisme, stoïcisme, cessationisme, dispensationalisme, postmodernisme. De trage kerk is die kerk, die zich niet uitstrekt naar de volledige Goddelijke regering in hun leven, en is gedoemd om in slaap te vallen, zowel geestelijk, met als gevolg het leeglopen van kerken als practisch (eigenlijk niet minder geestelijk), in Christelijke politieke besluiten. En hierin heeft men de afbraak van goddelijke wetten getolereerd en heeft men weer een zinloze poging van het herstel van het Romeins Rijk zien komen.

In de poging van de Monetaire Unie betalen vele inslaap gevallen christenen evenals de meeste heidenen de dure rekening van Griekenland en andere Zuid-Europese landen, totdat over een korte tijd van hooguit een paar jaar, dit idiaal van de heidenen van herbouw van een groot Rijk ook weer uiteenvalt in meerdere delen. Zeker is dat het in iedergeval uiteenvalt in een Noordelijke en Zuidelijke Eurozone.

De lauwheid voor het zien van Jezus regering in de KERK en in autonomie van Volkeren voor de komst van de Europese Monetaire Unie kost hun letterlijk verlies in de portommonee.

Eén van de aspecten in de creatie van de engelen (DE eerste dag of DE tweede dag (Genesis 1:3-8; Exodus 20:11) is het toestaan van de val van Lucifer. Door diens val had God de mogelijkheid om de mens, het zwakke, te gebruiken voor het op zijn plaats zetten van duivel. Zodat het zwakke van God noch altijd wijzer zou zijn dan het meest wijze van satan. Satan de god van deze WERELD, let op, NIET god van deze aarde, zou een lesje geleerd worden! Het woord wereld, is "κοσμοσ"(kosmos), waar ons woord voor cosmetica vandaan komt. Het is een aangebrachte structuur. Een aangebrachte orde. In het Nederlands is wereld(bol) en aarde hetzelfde. In de bijbel is er een groot verschil tussen "κοσμοσ"(kosmos) en "γη" (gē). "γη" (gē) is aarde, wereld(bol), land. Maar "κοσμοσ"(kosmos) is het aangebrachte systeem van orde, denk aan de wereld van de economie, politiek, educatie, cultuur, religie, sport, vrije tijd bestedingen, media, enz. Alles wat adem heeft zal voor God moeten buigen. Dit hele systeem, vaak profetisch Babel genoemd, zal beëindigd worden en verzwolgen worden door het Koninkrijk van God, dat Jezus kwam prediken. De aarde, "γη" (gē), is van God, en behoort HEM toe. (Mattheüs 5:5, en Mattheüs 11:25, Psalm 2:8; 24:1; 97:5, 7; 98:3-4) De aarde bleef van God ook na de val van de mens. Al was er plaats gegeven aan de duivel, de volledige aarde was nog steeds van God, en een volledige chaos waarin niets meer functioneerde bleef uit. Al is het vaak verkondigd door de dispensationalisten dat dit aanstaande is. Het is onwaarschijnlijk dat dit de aarde zal treffen op een zelfde niveau als het gebeurde tijdens de grote verdrukking, zoals die naar mijn overtuiging in het verleden al plaats had! (Zie ook pagina 5-7, Wat is de Kingdom Movement?)





Voetnoten:
  1. Het woord nieuw is καινή (= kainé) dit betekent nieuw in natuur (Mattheüs 9:17; Mark 2:22). Het verbond van God heeft niet alleen de zegeningen van het verbond van Noach (Genesis 8:20-9:19.) Abraham (Genesis 12, 15, 17, 22), of Mozes (Exodus 19-24, Deuteronomium 4-5, 29-30 (die laatste hoofdstukken worden ook wel het beloofde land verbond genoemd), maar ook van David (2 Samuël 7:8-17; Psalm 89:20-38; 132:11-12; Jeremiah 33:17-22). Al deze zegeningen worden zonder voorwaarde uitgestort over hen die gelooft (2 Korinthe 1:20; Johannes 3:16; Galaten 3:7-9, 16, 28-29 (eigenlijk vs.1-29), inclusief vergeving van zonden (Mattheüs 26:28; Lukas 1:77; 24:47; Handelingen 2:38; 5:31; 10:43) niet alleen de jood (de oude specificering van de verbonden van Abraham, Mozes en David, zie de volgende aantekening), maar over jood en heiden, zonder aanziens des persoons (Romeinen 2:11; Kolossenzen 3:25; Jakobus 2:1; Romeinen 10:12; Galaten 3:28; Kolossenzen 3:11; Efeze 2:11-22).